De kern
De aandelenmarkt stijgt op lange termijn.
Maar dat betekent niet dat het gemiddelde aandeel geweldig presteert.
De enorme vermogenscreatie op de beurs komt uit een verrassend kleine groep uitzonderlijke winnaars.
Dat gegeven is essentieel om beleggen te begrijpen.
Bessembinders ongemakkelijke ontdekking
Onderzoeker Hendrik Bessembinder bekeek de langetermijnresultaten van Amerikaanse aandelen sinds 1926.
Zijn conclusie was opvallend.
De beste ongeveer 4 procent van de aandelen verklaarde gezamenlijk de volledige netto vermogenscreatie van de Amerikaanse aandelenmarkt. De overige 96 procent kwam als groep ongeveer uit op het rendement van kortlopende staatsleningen. (W. P. Carey School of Business)
Dat betekent niet dat 96 procent van de aandelen waardeloos was.
Het betekent dat aandelenrendementen extreem scheef verdeeld zijn.
Een paar uitzonderlijke bedrijven worden tientallen, honderden of soms duizenden keren meer waard.
Die winnaars trekken het gemiddelde omhoog.
Denk aan wat er kan gebeuren
Een aandeel kan maximaal 100 procent dalen.
Maar de stijging heeft geen bovengrens.
Een bedrijf dat failliet gaat kost je maximaal je inleg.
Een bedrijf dat over tientallen jaren honderd keer zo groot wordt kan tientallen of honderden keren je oorspronkelijke investering opleveren.
Daarom kunnen een paar bedrijven zo’n groot deel van het totale rendement bepalen.
Het probleem voor de aandelenkiezer
Achteraf zijn de winnaars duidelijk.
Apple.
Microsoft.
Amazon.
Nvidia.
Maar je had ze moeten kopen voordat duidelijk was hoe groot ze zouden worden.
En daarna ontstaat nog een tweede probleem:
je had ze moeten vasthouden.
Een aandeel dat uiteindelijk honderd keer over de kop gaat, doet dat niet in een rechte lijn.
Onderweg komen:
- recessies;
- koersdalingen;
- slechte kwartalen;
- nieuwe concurrenten;
- hoge waarderingen;
- analistendowngrades;
- en honderden momenten waarop verkopen verstandig lijkt.
De grote winnaar missen is dus makkelijk.
Hem te vroeg verkopen ook.
Dit is waarom spreiding werkt
Een brede indexbelegger hoeft vooraf niet te weten wie de winnaars worden.
Hij bezit ze automatisch.
Een bedrijf dat mislukt wordt steeds kleiner in de index.
Een bedrijf dat blijft winnen wordt juist steeds groter.
Dat is een onderschat voordeel van brede marktgewogen indices.
De verliezer kan uiteindelijk nauwelijks meer meetellen.
De winnaar mag blijven doorgroeien.
Maar heet jullie bedrijf dan niet Buy The Winners?
Juist.
Dit onderzoek is voor ons geen argument tégen winnaars.
Het is één van de redenen waarom wij ze zo belangrijk vinden.
Maar er zit een verschil tussen:
winnaars achteraf aanwijzen
en
een proces bouwen dat de kans vergroot dat je sterke bedrijven vindt én lang genoeg vasthoudt.
Buy The Winners gaat niet over ieder jaar de tien aandelen raden die volgend jaar het meest stijgen.
Het gaat om begrijpen welke eigenschappen langdurige waardecreatie mogelijk maken en voorkomen dat je een goede positie weggooit omdat de koers tijdelijk tegenzit.
Wat de meeste beleggers verkeerd begrijpen
Veel beleggers denken dat spreiding automatisch rendement verwatert.
Want als je de winnaar gevonden hebt, wil je daar toch zoveel mogelijk van hebben?
Dat klopt achteraf.
Vooraf weet je alleen niet zeker welke het wordt.
Concentratie vergroot dus niet alleen je kans op een buitengewone winnaar.
Het vergroot ook de kans dat je hem volledig mist.
De Buy The Winners-les
De beurs wordt gedragen door uitzonderingen.
Je hoeft de grote winnaar niet vooraf perfect te voorspellen. Maar je moet wel zorgen dat je hem kunt bezitten — en dat je hem niet zonder goede reden te vroeg verkoopt.


