Box 3 Calculator 2026

Bereken uw vermogensbelasting via de forfaitaire methode (2026)

Voorbeeldscenario's

1. Huishouden en output

Welke uitkomst wil je zien?

Bij huishoudtotaal blijft het aandeel 100%. Bij persoonlijk kies je een vrije verdeling.

Heb je een fiscale partner?

Met fiscale partner worden het heffingsvrij vermogen en de drempels verdubbeld.

2. Bezittingen

Banktegoeden en contant geld (€)

Banktegoeden, spaargeld, deposito's, contant geld. Forfait 2026: 1,28%.

Overige bezittingen (€)

Beleggingen, tweede woning, vorderingen, crypto. Niet: groene beleggingen. Forfait 2026: 6,00%.

Groene beleggingen (€)

Vrijstelling max. € 26.715 p.p. Groene beleggingen krijgen voorrang boven groene spaartegoeden.

Groene spaartegoeden (€)

Resterende groene vrijstelling (na groene beleggingen) wordt hierop toegepast.

3. Schulden en opties

Schulden in Box 3 (€)

Alleen schulden bóven de drempel tellen mee. Drempel 2026: € 3.800 p.p.

Indicatieve groene heffingskorting meenemen

0,1% over de toegepaste groene vrijstelling. Afzonderlijk zichtbaar.

Te betalen Box 3 (indicatief): € 5.705

Te betalen Box 3 (indicatief)

€ 5.705

% van totaal bruto vermogen

Belasting vóór groene korting€ 5.705
Groene heffingskorting€ 0,00
Grondslag sparen & beleggen€ 365.643
Box 3-inkomen€ 15.847
Gewogen forfaitair rendement4,33%
Toegewezen aandeel100%
Effectief tarief1,342%

Je invoer

Welke uitkomst wil je zien?
Huishoudtotaal (gezamenlijk)
Heb je een fiscale partner?
Uit
Banktegoeden en contant geld (€)
€ 150.000
Overige bezittingen (€)
€ 275.000
Groene beleggingen (€)
€ 0
Groene spaartegoeden (€)
€ 0
Schulden in Box 3 (€)
€ 0
Indicatieve groene heffingskorting meenemen
Aan
  • Hoofddriver: overige bezittingen wegen zwaar — het forfait van 6,00% is bijna 5× dat van banktegoeden.
  • Beperking: werkelijk rendement en de tegenbewijsregeling zijn niet meegenomen. Indicatief, geen aangiftevervanger.

Hoe berekend

Eerst worden bezittingen en schulden per categorie omgerekend met de officiële fictieve percentages (banktegoeden 1,28%, overige bezittingen 6,00%, schulden 2,70%). Daarna telt alleen het deel boven het heffingsvrij vermogen mee. Over het berekende voordeel uit sparen en beleggen wordt het box 3-tarief van 36% toegepast.

Aannames

Jaar
2026 (voorlopig)
Fiscale partner
nee
Heffingsvrij vermogen
€ 59.357
Fictief rendement bank
1,3%
Fictief rendement overig
6,0%
Fictief rendement schulden
2,7%
Tarief box 3
36,0%
Werkelijk-rendement-tegenbewijs
niet meegenomen
  • De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld.
  • Werkelijk rendement kan lager zijn dan het fictieve rendement; vanaf 2025 geldt dan de tegenbewijsregeling.
  • Indicatief, geen fiscaal advies en geen aangiftevervanger; werkelijke uitkomsten kunnen afwijken.

Regelset: nl-box3-2026-preliminary 1.0.0 · Bron: 31 mei 2026 · Beheer: BtW Tax-rule Owner (NL)

Belastingjaar: 2026 · Methode: box3_fictitious_2026 · Aannameset: forfaitaire_methode · Disclaimer: 1.0

Deze box 3-calculator geeft een indicatie op basis van publieke regels en jouw invoer. Dit is geen fiscaal advies en geen aangiftevervanger; werkelijke uitkomsten kunnen afwijken. Controleer je persoonlijke situatie altijd via de Belastingdienst of een adviseur.

In het kort

Definitie

Box 3 belast vermogen via de forfaitaire methode: per categorie wordt een fictief rendement verondersteld en daarover wordt belasting geheven.

Formule

rendement_bank = banktegoeden x 1,28%; rendement_overig = bezittingen x 6,00%; rendement_schulden = aftrekbare_schulden x 2,70%; box3-heffing = voordeel boven heffingsvrij vermogen x 36%.

Aannames

  • Forfaitaire methode 2026 (voorlopig)
  • Heffingsvrij vermogen per persoon, verdubbeld met fiscale partner
  • Groene vrijstelling: beleggingen vóór spaartegoeden, met indicatieve groene heffingskorting
  • Vrije grondslagverdeling tussen fiscale partners (aandeel 0-100%)
  • Tegenbewijsregeling werkelijk rendement niet meegenomen

Wanneer niet gebruiken

Niet gebruiken als aangifte, aanslag of fiscaal advies. De tool berekent geen werkelijk rendement of tegenbewijsregeling en stelt geen definitieve belastingschuld vast.

Hoe berekenen we dit?

  1. Schuldendrempel toepassen

    Aftrekbare schulden = max(0, Schulden − € 3.800 × personen)

    Niet alle schulden verlagen de grondslag. Er geldt een drempelbedrag van € 3.800 per belastingplichtige (dus € 7.600 voor fiscale partners). Schulden onder dit drempelbedrag tellen niet mee.

    Wettelijke basis: art. 5.3 lid 2 Wet IB 2001 · Belastingdienst: aftrekbare schulden Box 3
  2. Groene vrijstelling toepassen

    Groene cap = € 26.715 × personen
    Vrijgesteld beleggen = min(Groene beleggingen, Groene cap)
    Resterende cap = max(0, Groene cap − Vrijgesteld beleggen)
    Vrijgesteld sparen = min(Groene spaartegoeden, Resterende cap)
    Groene vrijstelling = Vrijgesteld beleggen + Vrijgesteld sparen

    Groene beleggingen (erkende groenfondsen) worden eerst vrijgesteld tot het maximum. Het ongebruikte deel van de vrijstelling schuift door naar groene spaartegoeden. Vrijgestelde bedragen tellen niet mee in de rendementsgrondslag.

    Wettelijke basis: art. 5.13 Wet IB 2001 · Belastingdienst: groene beleggingen
  3. Rendementsgrondslag berekenen

    Belastbare banktegoeden = Banktegoeden + belastbaar deel groene spaartegoeden
    Belastbare overige bez. = Overige bezittingen + belastbaar deel groene beleggingen
    Rendementsgrondslag = Belastbare banktegoeden + Belastbare overige bez. − Aftrekbare schulden

    De rendementsgrondslag is de basis voor het fictieve rendement. Vrijgestelde groene bezittingen worden niet meegeteld; niet-vrijgesteld surplus boven de groene cap wordt wél meegenomen in de juiste categorie.

    Wettelijke basis: art. 5.2 Wet IB 2001 · Belastingdienst: berekening Box 3-inkomen 2026
  4. Heffingsvrij vermogen aftrekken → grondslag sparen & beleggen

    Grondslag S&B = max(0, Rendementsgrondslag − € 59.357 × personen)

    Het heffingsvrij vermogen (HFV) vermindert de belastbare grondslag. Fiscale partners delen het gecombineerde HFV van € 118.714. Als de rendementsgrondslag lager is dan het HFV, is er geen Box 3-belasting.

    Wettelijke basis: art. 5.5 Wet IB 2001 · Belastingdienst: heffingsvrij vermogen Box 3
  5. Fictief rendement per categorie berekenen

    Bankrendement = Belastbare banktegoeden × 1,28%
    Overig rendement = Belastbare overige bez. × 6,00%
    Schuldenrendement = Aftrekbare schulden × 2,70%
    Totaal fictief rendement = Bankrendement + Overig rendement − Schuldenrendement

    De overheid kent aan elk vermogenstype een forfaitair rendement toe, ongeacht het werkelijke rendement. Het verschil tussen de categorieën (1,28% vs. 6,00%) leidt ertoe dat beleggingen en vastgoed zwaarder belast worden dan spaargeld.

    Wettelijke basis: art. 5.2 Wet IB 2001 · Belastingdienst: forfaitaire rendementen 2026
  6. Basisratio — correctie voor heffingsvrij vermogen

    Basisratio = Grondslag S&B / Rendementsgrondslag
    Box 3-inkomen = Totaal fictief rendement × Basisratio

    De basisratio is een evenredigheidsbreuk. Als slechts 80% van de rendementsgrondslag boven het HFV uitkomt, dan telt ook slechts 80% van het fictieve rendement als Box 3-inkomen. Dit voorkomt dat het HFV-voordeel verloren gaat door de berekeningssystematiek.

    Wettelijke basis: art. 5.2 jo. 5.5 Wet IB 2001 · Belastingdienst: berekening Box 3-inkomen 2026
  7. Partnerverdeling (alleen bij fiscale partner)

    Toegewezen Box 3-inkomen = Box 3-inkomen × Aandeel%
    // Voorbeeld: 50% verdeling → elk de helft

    Fiscale partners mogen het gezamenlijke vermogen en de grondslag vrij verdelen in hun aangifte (0–100%). Dit kan belastingvoordeel opleveren als één partner in een lagere Box 3-situatie zit of als heffingskortingen optimaal worden benut. De calculator toont zowel het huishoudtotaal als het persoonlijk aandeel.

    Wettelijke basis: art. 2.17 Wet IB 2001 · Belastingdienst: Box 3 overzicht
  8. Box 3-belasting berekenen

    Box 3-belasting = Toegewezen Box 3-inkomen × 36%

    Het Box 3-tarief van 36% is een proportioneel tarief (vlak tarief), niet progressief. Het tarief geldt over het volledige toegewezen Box 3-inkomen.

    Wettelijke basis: art. 2.10 jo. 5.1 Wet IB 2001 · tarieventabel 2026 · Belastingdienst: Box 3 tarief
  9. Groene heffingskorting aftrekken

    Groene heffingskorting = Groene vrijstelling × 0,1% × Aandeel%
    Te betalen (indicatief) = max(0, Box 3-belasting − Groene heffingskorting)

    De groene heffingskorting is een aanvullend voordeel bovenop de vrijstelling. De korting wordt proportioneel toegepast op het persoonlijk aandeel. De aanduiding "indicatief" staat hier omdat de definitieve heffingskorting afhankelijk is van het totale belastingprofiel van de belastingplichtige.

    Wettelijke basis: art. 8.19 Wet IB 2001 · Belastingdienst: groene heffingskorting

Doorgerekend voorbeeld — Scenario 2 (geen partner)

Input: banktegoeden € 150.000 · overige bezittingen € 275.000 · schulden € 100.000 · geen groene bezittingen · geen partner. Indicatief, geen fiscaal advies.

StapOmschrijvingBerekeningUitkomst
1Aftrekbare schulden€ 100.000 − € 3.800 drempel€ 96.200
2Groene vrijstellingGeen groene bezittingen€ 0
3Rendementsgrondslag€ 150.000 + € 275.000 − € 96.200€ 328.800
4Grondslag S&B (na HFV)€ 328.800 − € 59.357€ 269.443
5aBankrendement€ 150.000 × 1,28%€ 1.920
5bOverig rendement€ 275.000 × 6,00%€ 16.500
5cSchuldenrendement€ 96.200 × 2,70%€ 2.597
5dTotaal fictief rendement€ 1.920 + € 16.500 − € 2.597€ 15.823
6Basisratio€ 269.443 / € 328.8000,8195
6bBox 3-inkomen€ 15.823 × 0,8195€ 12.967
7PartnerverdelingGeen partner → 100%100%
8Box 3-belasting€ 12.967 × 36%€ 4.668
9Groene heffingskortingGeen groene bezittingen€ 0

Te betalen Box 3 (indicatief): € 4.668

Bronnen

Hoe werkt Box 3 in 2026?

Box 3 belast je vermogen via de forfaitaire methode: de Belastingdienst rekent met een fictief rendement per categorie. Voor 2026 gelden indicatief banktegoeden 1,28%, overige bezittingen 6,00% en aftrekbare schulden 2,70%. Over het berekende box 3-inkomen betaal je 36% belasting.

Heffingsvrij vermogen. Pas na aftrek van het heffingsvrij vermogen (€ 59.357 per persoon, het dubbele met fiscale partner) betaal je belasting.

Let op: deze calculator gebruikt uitsluitend de forfaitaire methode. De tegenbewijsregeling en je werkelijke rendement zijn niet meegenomen. De uitkomst is indicatief en vervangt geen aangifte, aanslag of fiscaal advies.

Veelgestelde vragen

We helpen je graag bij je vragen over beleggen.

Box 3 belast vermogen via de forfaitaire methode: per categorie geldt een fictief rendement (banktegoeden 1,28%, overige bezittingen 6,00%, aftrekbare schulden 2,70%). Alleen het deel boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon telt mee, en daarover geldt het tarief van 36%.

Nee. Deze calculator rekent uitsluitend met de forfaitaire methode. Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve, dan kun je vanaf 2025 via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement opgeven; die regeling zit niet in deze indicatieve berekening.

Groene beleggingen en groene spaartegoeden in erkende groenfondsen zijn vrijgesteld tot € 26.715 per persoon (het dubbele met fiscale partner). De vrijstelling gaat eerst naar groene beleggingen en daarna naar groene spaartegoeden; het vrijgestelde deel telt niet mee in de grondslag. Optioneel rekent de tool ook een indicatieve groene heffingskorting van 0,1% over de toegepaste vrijstelling.

Nee. Deze tool geeft een indicatie op basis van publieke regels en jouw invoer. Het is geen fiscaal advies en geen aangiftevervanger; werkelijke uitkomsten kunnen afwijken. Controleer je situatie via de Belastingdienst of een adviseur.

Ja. De berekening draait lokaal in je browser. Je bedragen worden niet opgeslagen of naar een server verstuurd, dus je invoer blijft van jou.

Word een betere belegger.

Onafhankelijk, persoonlijk, en gemaakt om jou sterker en financieel onafhankelijk te maken.

Gratis starten