De grootste fout in beleggen is niet dat je een verkeerd aandeel kiest. Het is dat je in een situatie komt waar je gedwongen bent te verkopen op een moment dat niet uitkomt — omdat het leven onverwachte uitgaven brengt, omdat de markt op dat moment laag staat, of omdat beide tegelijk gebeuren.
Wie ervoor zorgt dat hem dat niet overkomt, heeft het belangrijkste werk al gedaan. De rest — welke ETF, welk aandeel, welke broker — is detail in vergelijking.
Twee dingen vormen samen de basis: een buffer aanleggen, en geen dingen doen die je verliezen kunnen vergroten.
Bouw een buffer
Een buffer is geld dat klaarstaat voor onverwachte uitgaven en voor periodes waarin je geld nodig hebt zonder dat je beleggingen wilt aanspreken. Een kapotte auto. Een wasmachine die het opgeeft. Een tegenvallende belastingaanslag. Een ziekenhuisrekening. Drie maanden zonder werk. Een verbouwing die uitloopt.
Deze dingen komen meestal op het moment dat het slecht uitkomt. Soms is dat een kwestie van toeval. Soms valt het samen met een marktdaling — en dan betaal je dubbel: de onverwachte rekening, en het verlies dat je realiseert door op een ongunstig moment te moeten verkopen. Maar ook in een normale markt is verkopen voor andere uitgaven niet wat je wilt: je rendement breekt af, je plan loopt achter, en je houdt het gevoel dat je beleggingen niet werkelijk van jou zijn omdat je er voortdurend uit moet halen.
Een buffer voorkomt dat. Drie tot zes maanden vaste lasten op een spaarrekening waar je in elk redelijk scenario aan kunt voldoen — dat is voor de meeste mensen voldoende. Voor wie een onzeker inkomen heeft, eerder zes dan drie. Voor wie een stabiel dubbel inkomen heeft, kan drie volstaan.
Het bedrag is geen wetenschap. De rust die het geeft, wel.
Een nuance voor wie ruim belegt
Wie ruim belegd vermogen heeft, kan anders naar zijn buffer kijken. Stel je hebt €500.000 belegd en je bufferbehoefte is €15.000. Zelfs bij een marktdaling van 50 procent staat er nog €250.000 in de portefeuille. Dat betekent niet dat cash overbodig is, maar wel dat je de buffer kunt beoordelen binnen het totale vermogen.
De vraag is dan niet alleen: waar staat mijn buffer? De vraag is vooral: kan ik in een redelijk slecht scenario nog steeds direct aan mijn bufferbehoefte voldoen? Voor wie ruim belegd vermogen heeft, is het soms inefficiënt om grote bedragen jarenlang op een spaarrekening te parkeren terwijl de directe bufferbehoefte beperkt is.
Voor wie net begint en een belegd vermogen heeft dat ongeveer ter hoogte van zijn buffer ligt, geldt de regel onverkort: een aparte spaarbuffer is essentieel. Wie ruim daarboven zit, kan een deel van zijn bufferbehoefte binnen het totale vermogen beoordelen, zolang er in een slecht scenario voldoende direct beschikbaar geld blijft.
Wat gedwongen verkopen kost
Stel: je hebt €15.000 nodig terwijl de markt 30 procent lager staat. Om €15.000 vrij te maken, verkoop je beleggingen die vóór de daling ongeveer €21.400 waard waren. Als de markt later herstelt, doe je met dat deel niet meer mee.
| Benodigd bedrag | Marktdaling | Waarde vóór de daling die je verkoopt |
|---|---|---|
| €5.000 | 30% | ± €7.100 |
| €15.000 | 30% | ± €21.400 |
| €30.000 | 30% | ± €42.900 |
Rekenvoorbeeld. Geen voorspelling van herstel of rendement; het laat alleen zien waarom een buffer gedwongen verkoop kan voorkomen.
Doe geen dingen die je verlies vergroten
Een marktdaling die jouw beleggingen 30 procent in waarde laat dalen, is vervelend. Maar je herstelt ervan, mits je niet hoeft te verkopen. Wie zichzelf in een positie heeft gemanoeuvreerd waar 30 procent daling alles betekent, herstelt niet meer.
Drie dingen die mensen in zo'n positie brengen.
Beleggen met geleend geld. Wie beleggingen koopt met een lening, vergroot zijn rendement bij stijging — maar ook zijn verlies bij daling. Bij een lening van bijvoorbeeld 50 procent betekent een marktdaling van 30 procent dat 60 procent van je inleg weg is. Bij een grotere lening kun je je hele inleg verliezen, of zelfs nog meer schuld overhouden. Toezichthouders verplichten daarom uitgebreide risicowaarschuwingen bij dit type product.
Opties en derivaten. Een optie is in essentie een hefboomproduct: voor een klein bedrag krijg je blootstelling aan een veel groter bedrag. Bij positieve uitkomst is het rendement enorm, bij negatieve uitkomst kun je je hele inleg in korte tijd verliezen — en bij sommige optiestrategieën zelfs meer dan je inleg. Voor wie het instrument niet door en door begrijpt en niet bewust een speculatief deel van zijn vermogen apart heeft gezet, hoort het niet thuis in een beleggingsportefeuille.
Producten die je niet begrijpt. Turbo's, sprinters, certificaten, gestructureerde producten met namen als autocallable of barrier reverse convertible. Sommige van deze producten worden actief aangeboden aan particuliere klanten, vaak met een aantrekkelijke rente of een schijnbaar gunstige uitkomst. Wat niet altijd duidelijk is: in het ongunstige scenario kunnen ze tot grote verliezen leiden — verliezen die je niet had voorzien omdat je het product niet werkelijk doorgrondde.
Wat je moet kunnen uitleggen
| Product | Wat is het? | Hoe kun je geld verliezen? |
|---|---|---|
| Geleend geld | Je belegt met geld dat niet van jou is. | Een daling werkt dubbel door; bij grote dalingen kun je je inleg verliezen of met schuld achterblijven. |
| Opties | Een contract dat recht of plicht geeft om iets te kopen of verkopen tegen een bepaalde prijs. | De premie kan volledig verdampen; bij sommige strategieën kan het verlies groter zijn dan je inleg. |
| Turbo's en sprinters | Hefboomproducten met een knock-outniveau. | Een kleine beweging de verkeerde kant op kan genoeg zijn om vrijwel je hele inleg kwijt te raken. |
| Autocallables | Gestructureerde producten die vaak een coupon beloven zolang voorwaarden worden gehaald. | In het ongunstige scenario krijg je niet de schijnbaar veilige uitkomst, maar een fors verlies op de onderliggende waarde. |
| Barrier reverse convertibles | Producten met een vaste coupon en een onderliggende aandelen- of indexbarrière. | Als de barrière wordt geraakt, kan je hoofdsom dalen of krijg je een aandeel terug dat flink lager staat. |
De naam van het product is zelden het probleem. De structuur is het probleem. Als je niet in gewone taal kunt uitleggen wanneer je geld verliest, hoort het niet in je basisplan.
De vuistregel is eenvoudig: als je een product niet in een paar zinnen aan een vriend kunt uitleggen — wat het is, hoe je geld verdient en hoe je geld verliest — koop het niet.
Wat dit voor je beleggingsplan betekent
Beleggen voor de lange termijn werkt door tijd en samengesteld rendement. Beide vragen één ding: dat je erin blijft zitten. Een buffer en de afwezigheid van risicoverhogende producten zorgen samen dat je dat ook kunt — ook in de jaren waarin de markt tegenzit, en ook in jaren waarin je leven onverwachte uitgaven brengt.
Wie zich beschermt tegen de scenario's waarin hij gedwongen zou worden te verkopen, geeft zijn beleggingen de ruimte om hun werk te doen. Dat is geen voorzichtigheid uit angst. Het is voorbereiding uit realisme.
Wat de meeste beleggers verkeerd begrijpen
Hefboomproducten worden vaak verkocht als slimme beleggingen voor wie kennis heeft. In werkelijkheid zijn het instrumenten waarbij verlies sneller en harder gaat dan winst. Voor de meeste particuliere beleggers zijn ze geen verbetering maar een versneller — niet van rendement, maar van schade.
De BTW-les
Een buffer is geen rem op je beleggen. Hij is wat je beleggen mogelijk maakt — het verschil tussen iemand die door een crash heen zit en iemand die er onderdoor moet verkopen.
Kennischeck
Kennischeck bij de Academy-les.
Test je kennis
Beantwoord 3 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 3 goede antwoorden nodig.
