Wat een crash is
Een crash is een snelle, scherpe daling van de markt — meestal 20 procent of meer in een korte periode. In de afgelopen veertig jaar zijn er meerdere geweest: de crash van 1987, de internetbubbel begin jaren 2000, de financiële crisis van 2008 en de pandemiecrash van maart 2020.
Crashes zijn geen uitzondering. Ze horen bij het systeem. Wie 30 of 40 jaar belegt, gaat er meerdere meemaken. De vraag is niet of het gebeurt, maar wanneer.
Een crash komt zelden in één dag
Hoe een crash zich voltrekt, is anders dan veel mensen denken. Het is zelden één dag van paniek waarop alles instort. Meestal sluipt een crash binnen — eerst een tegenvallend kwartaalcijfer, daarna een paar nerveuze handelsdagen, vervolgens een week van dalingen die overgaat in een maand. Pas achteraf, als je terugkijkt, is duidelijk wanneer de crash is begonnen.
Dat sluipende karakter maakt herkennen op het moment zelf erg lastig. Tussen een gewone marktbeweging en het begin van een crash is vaak nauwelijks verschil te zien zolang het zich afspeelt.
De meeste angst komt zonder crash
Veel vaker dan een crash zich voltrekt, denken beleggers er één te zien aankomen. Een paar slechte handelsdagen, een spannende kop in het nieuws, een goeroe die op tv waarschuwt of een grafiek die op sociale media rondgaat — onrust in de markt wordt door anderen vaak opgeblazen tot voortekenen van een ramp.
De cijfers maken dat concreet. In Amerikaanse aandelenmarktdata sinds de Tweede Wereldoorlog kwam een daling van 10 procent of meer gemiddeld ongeveer eens per 2,2 jaar voor. Een daling van 20 procent of meer kwam gemiddeld ongeveer eens per 5,6 jaar voor.
| Daling vanaf de top | In gewone taal | Gemiddelde frequentie |
|---|---|---|
| 10% of meer | Correctie | 1 keer per 2,2 jaar |
| 15% of meer | Zware correctie | 1 keer per 3,8 jaar |
| 20% of meer | Bearmarkt / crashachtig | 1 keer per 5,6 jaar |
| 30% of meer | Zware crash | 1 keer per 10,3 jaar |
Bron: MUFG Capital Markets Strategy/Bloomberg, Amerikaanse aandelenmarktdata sinds WOII. Historische gemiddelden; geen voorspelling voor de toekomst.
Dat betekent twee dingen tegelijk. Forse dalingen horen bij beleggen. Maar veel correcties worden geen crash: van de 37 dalingen van 10 procent of meer sinds de Tweede Wereldoorlog werden er 13 een daling van 20 procent of meer.
Wie elke waarschuwing behandelt alsof de volgende financiële crisis al begonnen is, verkoopt vaker op tijdelijke onrust dan op het begin van een echte crash. De schade kan dezelfde zijn: gerealiseerd verlies, een gemiste rebound en vaak een te late terugkeer in de markt.
Wat beleggers in een crash typisch doen
Het patroon is over decennia consistent gemeten en het komt voor bij grote en kleine beleggers. Niet alleen particulieren maken deze fout. Ook hedgefondsen, pensioenfondsen en bankportefeuilles vertonen het. Dat is geen geruststelling, eerder een waarschuwing — zelfs professionals kunnen hun emoties tijdens een crash niet altijd scheiden van hun beslissingen.
In de aanloop naar een crash, als de markten al maanden stijgen, kopen beleggers steeds meer. Het voelt comfortabel en iedereen is positief. Dit is recency bias aan het werk: wat onlangs werkt, voelt alsof het zal blijven werken.
Dan komt de daling. In het begin volgt de daling aarzelend, daarna in één keer scherp. Beleggers houden vast, soms uit hoop, soms uit ontkenning. De daling versnelt. Op het diepste punt — waar de pijn ondraaglijk wordt — verkopen velen. Ze willen het verlies niet meer zien.
Daarna komt het herstel, niet meteen en niet in een rechte lijn. Maar over de jaren na een crash levert de markt historisch fors rendement op. Na de financiële crisis van 2008 leverde de S&P 500 over de drie jaar erna gemiddeld ongeveer 15 procent per jaar op. Wie op de bodem in maart 2009 verkocht, miste dat herstel volledig.
Vaak komen deze beleggers pas weer terug in de markt als de meeste stijging er al inzit. Ze kopen op nieuwe toppen om bij de volgende daling weer te verkopen. Dat patroon — kopen op de top, verkopen op de bodem — is geen domheid. Het is verliesaversie en paniek tegelijk aan het werk.
Maar wat als je het wél goed hebt?
Dit is een eerlijk tegenargument. Wat als jij een crash voorvoelt? Wat als je verkoopt voordat het echt slecht wordt? Het kan, het gebeurt. Beleggers die tijdig uit de markt zijn gestapt voor de crash van 2008 hebben werkelijke schade voorkomen.
Het probleem is niet dat het onmogelijk is om een keer gelijk te hebben. Het probleem is wat er over een lifetime gebeurt.
Stel: in je beleggingsleven van veertig jaar maak je vier crashes mee. Op één daarvan stap je tijdig uit en spaar je 25 procent verlies uit. Op de andere drie zit je verkeerd — je verkoopt vlak voor een herstel, of stapt te vroeg uit de markt op een dip die geen crash blijkt te zijn, of mist een rally omdat je in cash bent gebleven na een vals alarm.
Tel dat op over veertig jaar. Eén keer juist verkopen levert een verlies op dat je vermijdt. Drie keer onjuist verkopen of niet terugkomen, in een markt die historisch positief gemiddeld jaarrendement oplevert, kost meer rendement dan die ene goede call gespaard heeft. Dat heeft niets te maken met domheid. Het komt doordat de markt vaker stijgt dan daalt en doordat het juiste moment van terugkomen nog moeilijker is dan het juiste moment van uitstappen.
Als je toch wilt handelen
Soms wil je handelen. Niet omdat je rationeel weet dat het slim is, maar omdat je het emotioneel niet meer aankunt om vast te houden. Dat is een legitiem signaal. Je gemoedstoestand telt, want beleggen mag niet je leven verzieken.
Wat dan helpt is niet om niets te doen, maar om niet ad-hoc te handelen. Stel jezelf in dat moment twee vragen.
Wat betekent het voor mijn dagelijks leven als de markt vanaf hier nog 30 procent verder zakt? Word ik dan gedwongen te verkopen om mijn boodschappen te kunnen doen, of heb ik genoeg buffer om die situatie uit te zitten?
Wat betekent het voor mijn lange-termijndoel als ik nu uitstap en de markt herstelt over zes maanden? Hoeveel rendement geef ik op, en hoe ga ik bepalen wanneer ik weer instap?
Die laatste vraag is vaak moeilijker dan de vraag wanneer je uitstapt. Wie verkoopt en wacht tot 'het rustig wordt', mist meestal het herstel — want het herstel begint zelden met rustige markten. Het begint met paniekvolatiliteit, een paar groene dagen die door velen voor een schijnherstel worden gehouden, en pas later met de erkenning dat de bodem alweer gepasseerd is. Veel beleggers wachten op die bevestiging. Die komt vaak pas als de markt al ruim boven hun verkoopprijs staat.
Wie deze vragen serieus stelt, ontdekt vaak dat de behoefte om te handelen niet over nood gaat maar over ongemak. En ongemak verdraagt zich beter dan financiële schade.
Wat wel werkt
Wat wel werkt is vooraf-besluiten in een rustig hoofd, automatisering die doorgaat ongeacht de markt, en de bereidheid om je plan kritisch te bekijken als de werkelijkheid wezenlijk verandert.
Gedurende een stabiele periode heb je een rustig hoofd. Dat is de tijd om je regels te maken. Hoeveel cash houd ik aan voor onverwachte uitgaven, zodat ik tijdens een crash niet hoef te verkopen om mijn boodschappen te doen? Wat is mijn horizon, en weet ik dat ik tot dan niet aan het geld hoef te komen? Wat is mijn maandelijkse inleg, en is die zo geautomatiseerd dat hij gewoon doorgaat als de markten zakken?
Tijdens een crash voer je geen spontane analyse uit. Je volgt de regels die je vooraf hebt gemaakt. Mocht er iets wezenlijk veranderd zijn — niet alleen koersbewegingen, maar bijvoorbeeld jouw eigen levenssituatie of een fundamentele verandering in waar je in belegt — dan is herziening legitiem. Dat is iets anders dan paniekverkoop.
Een belangrijk onderdeel van het vooraf-besluit is je maandelijkse inleg. Die loopt gewoon door, ook als de markten dalen. Niet omdat je daarmee koopjes doet — wie probeert te timen wanneer hij meer inlegt en wanneer minder, is alsnog aan het markttimen. Het werkt juist omdat je niet probeert te timen. Doorlopend inleggen door alle marktomstandigheden heen is geen kansstrategie maar een disciplinestrategie.
Wat de meeste beleggers verkeerd begrijpen
Crashvoorspellers die één keer gelijk hebben gehad, krijgen jarenlang aandacht. Wat zelden wordt gemeld: dezelfde voorspellers waarschuwden meestal ook tien keer voor crashes die er niet kwamen. Wie hun adviezen had gevolgd, was structureel uit de markt geweest tijdens veel meer stijgingen dan dalingen.
De BTW-les
Een crash is geen uitzondering op beleggen. Een crash is onderdeel van beleggen. Wie zijn aanpak zo bouwt dat hij ook door crashes heen blijft staan, hoeft ze niet meer te voorspellen — hij hoeft ze alleen door te komen.
Kennischeck
Kennischeck bij de Academy-les.
Test je kennis
Beantwoord 3 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 3 goede antwoorden nodig.
