Definitie
De Sharpe ratio meet hoeveel extra rendement een belegging oplevert per eenheid risico, gemeten met de beweeglijkheid.
Samengevat in 10 seconden
De Sharpe ratio is een kengetal dat aangeeft hoeveel extra rendement een belegging oplevert bovenop de risicovrije rente, gedeeld door de beweeglijkheid van dat rendement. Je rekent het uit als (rendement min risicovrije rente) gedeeld door de standaarddeviatie. Hoe hoger de uitkomst, hoe meer beloning je krijgt per eenheid risico die je loopt.
Sharpe ratio in het kort
- De Sharpe ratio meet rendement per eenheid risico, niet alleen het kale rendement
- De formule is: (rendement − risicovrije rente) ÷ standaarddeviatie
- Een hogere uitkomst betekent een gunstigere verhouding tussen beloning en beweeglijkheid
- De maatstaf laat twee beleggingen met hetzelfde rendement maar ander risico eerlijk vergelijken
- Voor de risicomaat gebruikt de ratio de totale beweeglijkheid, dus ook de uitslagen naar boven
Wat de Sharpe ratio precies meet
Twee fondsen kunnen beide 8% rendement halen, maar het ene met rustige koersen en het andere met wilde uitslagen. Kale rendementen zetten die twee naast elkaar alsof ze gelijk zijn. De Sharpe ratio doet dat niet. Hij deelt de beloning die je kreeg door het risico dat je daarvoor liep.
De kern is de breuk. Bovenin staat het zogeheten overrendement: het behaalde rendement min de risicovrije rente. Dat laatste is wat je vrijwel zonder risico had kunnen krijgen, bijvoorbeeld op kortlopend staatspapier. Onderin staat de standaarddeviatie, een maat voor hoe sterk het rendement schommelt rond zijn gemiddelde.
De uitkomst is een getal zonder eenheid. Een Sharpe ratio van 1 betekent dat je voor elke eenheid beweeglijkheid één eenheid overrendement terugkreeg. Hoe hoger het getal, hoe efficiënter de belegging haar risico in rendement omzette.
De berekening stap voor stap
Stel: een portefeuille behaalde 10% rendement over een jaar. De risicovrije rente was 2%. De standaarddeviatie van het rendement bedroeg 16%. Het overrendement is dan 10% − 2% = 8%. Deel je dat door 16%, dan kom je uit op een Sharpe ratio van 0,5.
Neem nu een tweede portefeuille die hetzelfde rendement van 10% haalde, maar met een standaarddeviatie van slechts 8%. Het overrendement blijft 8%, maar gedeeld door 8% wordt de Sharpe ratio 1,0. Dezelfde winst, half zoveel beweeglijkheid, dus een twee keer zo gunstige verhouding.
Dit voorbeeld laat zien waarom de noemer telt. Wie alleen naar het rendement van 10% kijkt, ziet twee gelijke beleggingen. De Sharpe ratio onthult dat de tweede dat rendement met aanzienlijk minder schommeling realiseerde.
Waarvoor beleggers de ratio gebruiken
De maatstaf wordt vooral ingezet om beleggingen op gelijke voet te vergelijken. Fondsbeheerders, analisten en particuliere beleggers gebruiken hem om te beoordelen of een hoger rendement écht beter is, of alleen het gevolg van meer risico nemen.
Een tweede toepassing is het beoordelen van een hele portefeuille. Voeg je een belegging toe die los gezien beweeglijk is, maar weinig met de rest meebeweegt, dan kan de Sharpe ratio van het geheel toch stijgen. Op die manier helpt het kengetal bij het nadenken over spreiding.
Let wel op de periode en de gegevens waarmee de ratio is berekend. Een Sharpe ratio over een rustig beursjaar oogt vaak hoger dan dezelfde strategie over een turbulente periode. Vergelijken is alleen zinvol als de uitkomsten over dezelfde periode en met dezelfde aannames tot stand kwamen.
Sharpe ratio versus verwante maatstaven
De Sharpe ratio is niet de enige manier om risicogecorrigeerd rendement te meten. De onderstaande tabel zet hem naast een paar bekende alternatieven.
| Maatstaf | Risicomaat in de noemer | Wat het benadrukt |
|---|---|---|
| Sharpe ratio | Totale standaarddeviatie | Beloning per eenheid totale beweeglijkheid |
| Sortino ratio | Alleen neerwaartse beweeglijkheid | Beloning afgezet tegen verlieskansen |
| Treynor ratio | Marktrisico (bèta) | Beloning per eenheid niet-spreidbaar risico |
De Sharpe ratio en de Sharpe index verwijzen naar hetzelfde kengetal; het zijn twee benamingen voor dezelfde breuk, vernoemd naar de econoom die hem introduceerde. De Sortino ratio is een variant die opwaartse uitslagen buiten beschouwing laat, omdat een belegger een sprong omhoog doorgaans niet als risico ervaart.
Beperkingen en valkuilen van de Sharpe ratio
De grootste beperking zit in de risicomaat zelf. De standaarddeviatie behandelt uitslagen naar boven en naar beneden gelijk. Een belegging die af en toe fors omhoog schiet, krijgt daardoor een hogere beweeglijkheid en een lagere Sharpe ratio, terwijl die uitschieters voor de meerderheid van de beleggers juist welkom zijn.
Daarnaast gaat de berekening uit van een nette, symmetrische verdeling van rendementen. In de praktijk kennen markten zeldzame, heftige neergangen die de standaarddeviatie onderschat. Een hoge Sharpe ratio kan dan een vals gevoel van veiligheid geven.
Een derde valkuil is dat de uitkomst sterk afhangt van de gekozen periode en frequentie. Bereken je de ratio met maandcijfers of met jaarcijfers, dan rolt er een ander getal uit. Vergelijk dus nooit een Sharpe ratio uit de ene bron klakkeloos met die uit een andere.
Tot slot zegt het getal niets over toekomstige resultaten. Het is een terugblik op behaald rendement en gerealiseerde beweeglijkheid. Een belegging met een mooie historische Sharpe ratio kan in de toekomst anders presteren. Deze uitleg is educatief en geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over sharpe ratio
Vuistregels noemen vaak een waarde boven 1 als degelijk en boven 2 als sterk, maar die grenzen zijn niet hard. Een eerlijk oordeel kan alleen door beleggingen over dezelfde periode en met dezelfde aannames te vergelijken.
Ja. Als het rendement lager uitkomt dan de risicovrije rente, wordt het overrendement negatief en daarmee de hele ratio. Je kreeg dan minder terug dan een vrijwel risicoloos alternatief, terwijl je wél risico liep.
Niets inhoudelijks. Beide namen slaan op dezelfde breuk van overrendement gedeeld door standaarddeviatie; "Sharpe index" is gewoon een andere benaming voor de Sharpe ratio.
Doorgaans het rendement op kortlopend staatspapier dat als vrijwel risicoloos geldt, zoals een korte staatsobligatie. De keuze beïnvloedt het overrendement, dus het loont om te weten welke rente een bron heeft gebruikt.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.investopedia.com — **Investopedia — Engelstalige financiële naslag**
- www.cfainstitute.org — **CFA Institute — beleggingskennis en -standaarden**