Definitie
De quick ratio meet of een bedrijf zijn kortlopende schulden kan betalen zonder eerst voorraad te verkopen.
Samengevat in 10 seconden
De quick ratio is een liquiditeitskengetal dat meet of een bedrijf zijn kortlopende schulden kan betalen met zijn meest liquide bezittingen, zonder eerst voorraad te hoeven verkopen. Je berekent hem door de vlottende activa minus de voorraad te delen door de kortlopende schulden. Een uitkomst van 1,0 betekent dat er precies genoeg snel inbaar geld tegenover de korte schulden staat.
Quick ratio samengevat
- Meet de directe betaalkracht: kan het bedrijf nú zijn korte schulden voldoen?
- Telt alleen liquide middelen, kortlopende beleggingen en debiteuren mee — voorraad blijft buiten beschouwing
- Een ratio van 1,0 of hoger geldt vaak als comfortabel, maar de norm verschilt per sector
- Strenger dan de current ratio, die de voorraad wél meetelt
- Het is een momentopname uit de balans, geen voorspelling
Wat de quick ratio precies meet
De quick ratio beantwoordt een nuchtere vraag: als alle rekeningen op korte termijn betaald moeten worden, lukt dat dan met geld dat snel beschikbaar is? "Snel beschikbaar" is hier het kernwoord. Het gaat om kas, banktegoeden, kortlopende beleggingen en vorderingen op klanten — bezittingen die binnen enkele weken tot maanden in contanten zijn om te zetten.
Voorraad laat de quick ratio bewust weg. De reden is dat voorraad niet altijd snel of tegen volle waarde te verkopen is. Een winkelketen met volle magazijnen kan op papier veel bezittingen hebben, maar als die spullen tijd kosten om te verkopen, helpen ze niet bij een acute betaling. Daarom heet de quick ratio ook wel de acid-test ratio: een zuurtest die alleen het hardste, meest liquide deel van de balans telt.
De andere bekende variant is de current ratio. Die deelt álle vlottende activa — inclusief voorraad — door de kortlopende schulden. De quick ratio is dus de strengere broer.
De berekening stap voor stap
De meest gebruikte formule is:
Quick ratio = (vlottende activa − voorraad) ÷ kortlopende schulden
Een tweede manier telt rechtstreeks de liquide posten op: (kas + kortlopende beleggingen + debiteuren) ÷ kortlopende schulden. Beide leiden in de regel tot een vergelijkbare uitkomst.
Een voorbeeld. Stel een bedrijf heeft 200.000 euro aan vlottende activa, waarvan 80.000 euro voorraad, en 100.000 euro aan kortlopende schulden. De quick ratio is dan (200.000 − 80.000) ÷ 100.000 = 1,2. Tegenover elke euro korte schuld staat 1,20 euro snel inbaar geld. De current ratio van hetzelfde bedrijf zou 200.000 ÷ 100.000 = 2,0 zijn. Het verschil tussen die twee getallen laat precies zien hoe zwaar het bedrijf op zijn voorraad leunt.
Hoe je de uitkomst leest
| Quick ratio | Wat het globaal aangeeft |
|---|---|
| Onder 1,0 | Niet alle korte schulden zijn met liquide middelen gedekt; het bedrijf leunt op voorraadverkoop of nieuwe financiering |
| Rond 1,0 | Liquide bezittingen en korte schulden zijn in evenwicht |
| Boven 1,0 | Er is een buffer aan snel inbaar geld bovenop de korte schulden |
| Erg hoog (bijv. >2,5) | Mogelijk veel ongebruikte kas — kapitaal dat ook elders ingezet had kunnen worden |
Deze grenzen zijn richtlijnen, geen wetten. Een supermarkt draait vaak met een quick ratio ruim onder 1,0 en is toch kerngezond, omdat klanten contant betalen terwijl leveranciers pas later hun geld krijgen. Een softwarebedrijf zonder noemenswaardige voorraad zit doorgaans veel hoger. De ratio krijgt pas betekenis als je hem vergelijkt met sectorgenoten en met het verloop over meerdere jaren.
Waarvoor beleggers en kredietverstrekkers de ratio gebruiken
Wie naar een aandeel kijkt, gebruikt de quick ratio als een snelle gezondheidscheck van de balans. Een bedrijf dat zijn rekeningen niet uit eigen liquide middelen kan voldoen, is kwetsbaarder voor een tegenvallend kwartaal of een bank die de kraan dichtdraait. Banken en obligatiehouders kijken om dezelfde reden naar dit getal voordat ze geld uitlenen.
Het kengetal staat zelden alleen. Beleggers combineren de quick ratio met de current ratio, de schuldgraad en de kasstroom om een vollediger beeld te krijgen. De quick ratio zegt iets over het hier en nu; hij zegt niets over de winstgevendheid of de toekomst.
Valkuilen bij de quick ratio
Een hoge quick ratio is niet automatisch beter. Een berg ongebruikte kas kan betekenen dat het management geen rendabele bestemming voor het geld vindt. Omgekeerd is een lage ratio niet altijd een alarmsignaal — bij bedrijven die snel en contant verkopen hoort dat bij het verdienmodel.
Let ook op de kwaliteit van de debiteuren. De formule gaat ervan uit dat klanten netjes betalen, maar oude of oninbare vorderingen tellen in werkelijkheid minder mee dan op de balans staat. En omdat het een momentopname op de balansdatum is, kan het cijfer er een dag later anders uitzien. Bekijk daarom liever de trend dan één los getal.
De quick ratio is een rekenkundig kengetal en raakt geen gereguleerd product; er is geen toezichthouder die er een norm aan koppelt. Deze uitleg is educatief en geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over quick ratio
De current ratio telt álle vlottende activa mee, inclusief voorraad; de quick ratio laat de voorraad weg. De quick ratio is daardoor strenger en geeft een zuiverder beeld van de directe betaalkracht.
Een waarde rond of boven 1,0 geldt vaak als comfortabel, maar de juiste norm hangt sterk af van de sector. Supermarkten draaien gezond onder 1,0, terwijl voorraadloze dienstenbedrijven veel hoger zitten.
Voorraad is niet altijd snel of tegen volle waarde te verkopen. Bij een acute betaling heb je er weinig aan, en daarom houdt de quick ratio bewust alleen de snelst inbare bezittingen over.
Ja. Een erg hoge ratio kan wijzen op veel ongebruikte kas — geld dat geen rendement oplevert terwijl het ook geïnvesteerd had kunnen worden.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.investopedia.com — **Investopedia — Engelstalige financiële naslag**