Definitie
Een optie geeft je het recht, niet de plicht, om een aandeel tegen een vaste prijs te kopen of verkopen voor een afgesproken datum.
Samengevat in 10 seconden
Een optie is een contract dat je het recht geeft — niet de plicht — om een onderliggende waarde, meestal een aandeel of index, tegen een vooraf vastgelegde prijs te kopen of te verkopen vóór of op een afgesproken datum. Voor dat recht betaal je een premie aan de verkoper van de optie. Wie de optie verkoopt (schrijft) neemt juist wél een plicht op zich.
Optie samengevat
- Een optie is een recht om te kopen of verkopen tegen een vaste prijs, geen verplichting
- Een call geeft een koop-recht, een put een verkoop-recht
- De koper betaalt een premie; de schrijver ontvangt die en neemt een plicht op zich
- De waarde hangt af van de koers van de onderliggende waarde, de tijd tot afloop en de beweeglijkheid
- Het is een afgeleid product (derivaat) en valt onder toezicht van AFM (NL) en FSMA (BE)
Wat een optie je geeft
De kern van een optie is keuzevrijheid op een toekomstig moment. Je legt vandaag een prijs vast waartegen je later mag handelen, en je beslist pas dan of je dat ook doet. Komt het je niet uit, dan laat je het recht verlopen. Je verliest in dat geval alleen de premie die je vooraf betaalde.
Die premie is de prijs van het recht zelf. De verkoper houdt de premie hoe dan ook, ook als jij de optie nooit gebruikt. In ruil daarvoor moet de verkoper leveren of afnemen zodra de koper zijn recht inroept.
Een optie heeft altijd een einddatum, de expiratie. Op of vóór die datum moet de keuze gemaakt zijn. Daarna bestaat het contract niet meer.
Hoe een optiecontract werkt
Elk optiecontract bestaat uit een vast aantal vaste afspraken. De uitoefenprijs is het bedrag waartegen je mag kopen of verkopen. De looptijd bepaalt tot wanneer dat geldt. De contractgrootte ligt op de meerderheid van de aandelenbeurzen op 100 stuks per contract, dus één optie dekt doorgaans honderd aandelen.
Stel, een aandeel noteert 50 euro en je koopt een call met uitoefenprijs 55 euro die over drie maanden afloopt. Je betaalt bijvoorbeeld 2 euro premie per aandeel, oftewel 200 euro voor het contract. Stijgt de koers naar 62 euro, dan mag je tegen 55 kopen en meteen tegen 62 verkopen. Je winst is dan 7 euro per aandeel min de 2 euro premie, dus 5 euro netto. Blijft de koers onder de 55, dan oefen je niet uit en ben je de 200 euro premie kwijt.
Hier zit de hefboomwerking in: een kleine inleg geeft toegang tot de beweging van een veel grotere positie. Dat vergroot zowel de winst als het verlies in verhouding tot het ingelegde bedrag.
Call versus put
De twee basisvormen verschillen in de richting waarop je inspeelt en in wie welk recht heeft. De volgende tabel zet ze naast elkaar.
| Kenmerk | Call | Put |
|---|---|---|
| Recht van de koper | Kopen tegen uitoefenprijs | Verkopen tegen uitoefenprijs |
| Wint bij | Stijgende koers | Dalende koers |
| Maximaal verlies koper | De betaalde premie | De betaalde premie |
| Plicht schrijver | Leveren tegen uitoefenprijs | Afnemen tegen uitoefenprijs |
De koper van een put profiteert juist als de koers zakt, terwijl de schrijver dan tegen de afgesproken prijs moet afnemen. Het verschil zit dus niet in de spelregels van het contract, maar in de richting die elke partij verwacht en het risico dat daarbij hoort.
Waarvoor beleggers opties gebruiken
Opties dienen grofweg drie doelen. Het eerste is afdekking: een belegger die aandelen bezit kan een put kopen om zich te beschermen tegen een koersdaling, vergelijkbaar met een verzekering met een eigen risico. Zakt de koers, dan compenseert de put een deel van het verlies.
Het tweede doel is inkomsten genereren. Wie aandelen bezit kan calls schrijven boven de huidige koers en daarop premie ontvangen. Blijft de koers onder de uitoefenprijs, dan houdt de schrijver de premie en de aandelen.
Het derde doel is speculatie op een koersbeweging met een beperkte inleg. Door de hefboom kan een kleine premie een groot rendement opleveren — of volledig verdampen. Particuliere beleggers in Nederland en België handelen opties doorgaans via gereguleerde beurzen zoals Euronext.
Risico's van opties
Voor de koper is het maximale verlies begrensd tot de betaalde premie. Dat klinkt overzichtelijk, maar opties verlopen vaak waardeloos, dus een totaalverlies van de inleg is een reëel scenario.
Voor de schrijver ligt het anders. Wie een ongedekte call schrijft, kan in theorie een onbeperkt verlies lopen als de koers ver doorstijgt, want de leverplicht blijft staan. Daarom vragen brokers voor het schrijven van opties een onderpand (margin) en geven ze niet elke belegger toegang tot deze strategieën.
Opties zijn afgeleide producten met een hefboom en gelden als complex. In Nederland houdt de AFM toezicht op de handel, in België doet de FSMA dat (consumenteninformatie via Wikifin). Deze uitleg is educatief en geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over optie
Nee. De koper beslist zelf en laat de optie verlopen als uitoefenen niets oplevert; dan ben je alleen de premie kwijt.
Koop je een optie, dan krijg je een recht en betaal je premie. Schrijf je er een, dan ontvang je de premie maar neem je de plicht op je om te leveren of af te nemen.
Op de meerderheid van de aandelenbeurzen 100 stuks. Eén contract bestrijkt dus de koersbeweging van honderd aandelen, terwijl je maar één premie betaalt.
Ja, als koper. Loopt de optie waardeloos af, dan verlies je de volledige betaalde premie. Als schrijver kan het verlies bij een ongedekte positie zelfs veel groter zijn.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.afm.nl/nl-nl/consumenten — **AFM — consumenteninformatie over beleggen**