Definitie
Een begrotingstekort is het bedrag waarmee de uitgaven van een overheid in een jaar hoger uitvallen dan haar inkomsten.
Samengevat in 10 seconden
Een begrotingstekort is het bedrag waarmee de uitgaven van een overheid in één jaar hoger zijn dan haar inkomsten. De overheid dekt dat verschil meestal door geld te lenen, waardoor de staatsschuld oploopt. Het tekort gaat over één jaar; de staatsschuld is de optelsom van alle eerdere tekorten.
Begrotingstekort samengevat
- Een begrotingstekort betekent: meer uitgeven dan binnenkomt in een jaar
- Het verschil wordt gefinancierd met leningen, vaak via staatsobligaties
- Een tekort over één jaar is iets anders dan de totale staatsschuld
- Tekorten lopen mee met de conjunctuur: in een recessie groeien ze vaak vanzelf
- Of een tekort schadelijk is, hangt af van waar het geld naartoe gaat en hoe duur het lenen is
Hoe een begrotingstekort ontstaat
Een overheid heeft inkomsten en uitgaven. De inkomsten komen vooral uit belastingen en premies: inkomstenbelasting, btw, vennootschapsbelasting, sociale premies. De uitgaven gaan naar zorg, onderwijs, uitkeringen, defensie, infrastructuur en de rente op bestaande schuld. Vallen de uitgaven in een jaar hoger uit dan de inkomsten, dan is er een tekort.
Dat verschil ontstaat zelden door één beslissing. Vaak is het een optelsom: de economie groeit minder hard, waardoor de belastinginkomsten dalen, terwijl uitgaven aan uitkeringen juist stijgen. Tegelijk kan een regering bewust extra uitgeven om de economie te steunen. De begroting is dus deels een keuze en deels het resultaat van de economie zelf.
Het tekort wordt meestal uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Dat maakt landen van verschillende grootte vergelijkbaar. Een tekort van enkele miljarden zegt weinig zonder de omvang van de economie ernaast.
Begrotingstekort versus staatsschuld
Deze twee begrippen worden vaak door elkaar gehaald, terwijl ze iets verschillends meten. Het tekort is een stroom over één jaar; de schuld is een voorraad die zich over de jaren opstapelt.
| Kenmerk | Begrotingstekort | Staatsschuld |
|---|---|---|
| Wat het meet | Verschil tussen uitgaven en inkomsten | Totaal aan uitstaande leningen |
| Periode | Eén begrotingsjaar | Opgebouwd over alle voorgaande jaren |
| Eenheid | Meestal % van het bbp per jaar | Meestal % van het bbp op een peildatum |
| Relatie | Een tekort verhoogt de schuld | De schuld is de som van eerdere tekorten |
| Tegenhanger | Begrotingsoverschot | Schuldafbouw |
Een land kan een jaar lang een tekort hebben en toch een dalende schuldquote tonen, namelijk wanneer de economie sneller groeit dan de schuld. Het omgekeerde kan ook: een klein tekort dat zich jaar na jaar herhaalt, laat de schuldberg langzaam oplopen.
Hoe een overheid het tekort financiert
Een overheid die meer uitgeeft dan binnenkomt, leent het verschil. In de praktijk gebeurt dat door het uitgeven van staatsobligaties: schuldbewijzen die beleggers, banken en pensioenfondsen kopen en waarop de staat rente betaalt. Die rente is zelf weer een uitgave op de volgende begroting.
De rente die een land moet betalen, hangt af van het vertrouwen van beleggers. Een land dat als veilig geldt, leent goedkoop. Twijfelen beleggers aan de terugbetaling, dan eisen ze een hogere rente, en wordt het tekort duurder om te financieren. Zo werkt de financiële markt als een soort thermometer voor de overheidsfinanciën.
Voor Nederland en België speelt dit binnen de eurozone. Beide landen hebben de euro, staan onder de gemeenschappelijke rentepolitiek van de Europese Centrale Bank (ECB) en hebben zich gebonden aan Europese begrotingsafspraken die grenzen stellen aan tekort en schuld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert de Nederlandse cijfers; in België doet het federaal planbureau en de Nationale Bank dat.
Waarvoor een tekort bewust wordt ingezet
Een tekort is niet per definitie een ontsporing. Overheden gebruiken het als instrument om de economie te sturen. Tijdens een recessie kan een regering bewust meer uitgeven dan binnenkomt om vraag en werkgelegenheid op peil te houden. Een voorbeeld: in een diepe economische terugval verlaagt een overheid belastingen en verhoogt ze de steun aan bedrijven en huishoudens. Het tekort loopt op, maar de gedachte is dat de economie zonder die steun nog harder zou krimpen.
In goede tijden geldt het omgekeerde. Dan stijgen de belastinginkomsten vanzelf en kan een overheid het tekort terugdringen of zelfs een overschot draaien om ruimte op te bouwen voor de volgende neergang. Dit meebewegen met de conjunctuur verklaart waarom tekorten zelden jaar na jaar gelijk zijn.
| Conjunctuurfase | Effect op inkomsten | Effect op uitgaven | Gevolg voor het tekort |
|---|---|---|---|
| Recessie | Dalen (minder winst, minder werk) | Stijgen (meer uitkeringen, steun) | Loopt op |
| Opleving | Stijgen | Dalen of stabiel | Krimpt of slaat om in overschot |
Wat een begrotingstekort betekent voor beleggers
Voor wie belegt, is het tekort vooral een signaal over de bredere economische omgeving, niet een directe koopreden of verkoopreden. Een fors oplopend tekort kan op termijn de rente op staatsobligaties beïnvloeden, en die rente werkt door naar hypotheken, bedrijfsleningen en de waardering van aandelen.
Let op het onderscheid tussen het tekort als momentopname en de trend. Eén jaar met een groot tekort, bijvoorbeeld door een crisis, zegt minder dan een patroon van tekorten dat de schuld structureel opdrijft. Kijk ook naar de bestemming: gaat geleend geld naar investeringen die de economie later productiever maken, of naar lopende uitgaven die elk jaar terugkeren?
Tot slot loont het om de cijfers in hun context te lezen. Een tekortpercentage betekent iets anders bij lage rente dan bij hoge rente, en bij een groeiende economie iets anders dan bij een krimpende. Deze uitleg is educatief en bedoeld om het begrip te verhelderen, niet als beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over begrotingstekort
Nee. Een tijdelijk tekort om een recessie op te vangen kan een economie juist stabieler houden. Problematisch wordt het vooral als tekorten zich jaar na jaar herhalen en de schuld sneller groeit dan de economie.
Het tekort is het verschil tussen uitgaven en inkomsten in één jaar. De staatsschuld is de optelsom van alle eerdere tekorten, verminderd met de overschotten. Elk tekort verhoogt de schuld.
Door te lenen, meestal via de uitgifte van staatsobligaties. Beleggers en instellingen kopen die obligaties; de staat betaalt er rente op, en die rente is weer een uitgave op de volgende begroting.
Beide landen vallen onder Europese begrotingsafspraken binnen de eurozone en onder de rentepolitiek van de ECB. Het CBS publiceert de Nederlandse cijfers; in België doen het planbureau en de Nationale Bank dat.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/conjunctuurklok — **CBS — conjunctuur en economische groei**
- www.ecb.europa.eu — **Europese Centrale Bank (ECB)**