Definitie
Een staatsobligatie is een lening aan een overheid die rente betaalt en de hoofdsom op de einddatum terugbetaalt.
Samengevat in 10 seconden
Een staatsobligatie is een verhandelbare lening die je verstrekt aan een overheid; in ruil ontvang je periodiek rente en op de einddatum je inleg terug. De staat is de lener, jij bent de schuldeiser. De waarde tijdens de looptijd beweegt mee met de rente op de markt.
Een staatsobligatie op hoofdlijnen
- Je leent geld uit aan een overheid en wordt schuldeiser, geen mede-eigenaar
- Je ontvangt rente (de coupon) en op de einddatum de hoofdsom terug
- De koers tijdens de looptijd daalt als de marktrente stijgt, en omgekeerd
- Het belangrijkste risico is dat de overheid niet of laat terugbetaalt
- Een land met veel schuld betaalt meer rente dan een staat die als veilig geldt
Wat een staatsobligatie precies is
Een overheid die meer uitgeeft dan ze binnenkrijgt, leent het verschil bij beleggers. Dat doet ze door obligaties uit te schrijven: schuldbewijzen met een vaste looptijd en meestal een vaste rente. Koop je zo'n obligatie, dan leen jij de overheid een bedrag voor een afgesproken periode.
In ruil staan twee beloftes vast. De overheid betaalt je gedurende de looptijd rente, en op de einddatum krijg je het geleende bedrag — de hoofdsom of nominale waarde — terug. Dat onderscheidt een obligatie van een aandeel. Met een aandeel koop je een stukje eigendom; met een obligatie ben je uitsluitend uitlener.
In Nederland geeft het Agentschap van de Nederlandse staat obligaties uit, in België doet het Federaal Agentschap van de Schuld dat. Grote institutionele partijen kopen het leeuwendeel, maar ook particulieren kunnen via hun broker of bank in staatsobligaties beleggen.
Hoe rente, koers en looptijd samenhangen
De vaste rente op een obligatie heet de coupon. Geeft een staat een obligatie uit met een coupon van 3%, dan ontvang je jaarlijks 3% van de nominale waarde. Die coupon staat vast, maar de markt verandert. Wanneer de rente op nieuwe leningen stijgt, wordt jouw oude obligatie met de lagere coupon minder aantrekkelijk. Haar koers op de beurs daalt dan, zodat de effectieve opbrengst voor een nieuwe koper weer in lijn komt met de markt.
Dit verband is de kern van obligatiebeleggen: koers en marktrente bewegen tegengesteld. Stijgt de rente, dan daalt de koers van bestaande obligaties; daalt de rente, dan stijgt hun koers. Hoe langer de resterende looptijd, hoe sterker de koers op renteveranderingen reageert.
Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Stel, je koopt een obligatie van 1.000 euro met een coupon van 2%, dus 20 euro rente per jaar. Loopt de marktrente daarna op naar 4%, dan willen kopers ook zo'n 4% rendement. Jouw obligatie van 20 euro per jaar moet dan rond de 500 euro waard worden om op 4% uit te komen. Verkoop je tussentijds, dan voel je dat verschil. Houd je de obligatie tot de einddatum, dan krijg je gewoon je 1.000 euro terug.
Welke soorten staatsobligaties bestaan er?
Staatsobligaties verschillen vooral op looptijd, op het soort rente en op de financiële gezondheid van het uitgevende land.
| Kenmerk | Variant | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Looptijd | Kort (tot ~3 jaar) | Minder koersbeweging, lagere rente |
| Looptijd | Lang (10 jaar of meer) | Sterkere koersbeweging, doorgaans hogere rente |
| Rentevorm | Vaste coupon | Bedrag staat de hele looptijd vast |
| Rentevorm | Inflatiegekoppeld | Hoofdsom of coupon beweegt mee met de inflatie |
| Uitgever | Sterk geachte staat | Lage rente, laag kredietrisico |
| Uitgever | Zwakker geachte staat | Hogere rente als vergoeding voor meer risico |
Het verschil in rente tussen twee landen weerspiegelt hoe veilig beleggers de terugbetaling achten. Landen die als kredietwaardig gelden, lenen tegen lage rente. Een land waarover twijfel bestaat, moet beleggers met een hogere rente over de streep trekken. Dat renteverschil heet de spread.
Waarvoor beleggers staatsobligaties gebruiken
Beleggers zetten staatsobligaties vaak in als tegenwicht voor schommelende aandelen. Omdat de opbrengst grotendeels vastligt, is het verloop voorspelbaarder dan dat van een aandelenportefeuille. Wie een vast bedrag op een bekende datum nodig heeft, kan een obligatie kiezen die precies dan afloopt.
Een tweede functie is inkomen. De periodieke coupon levert een stroom rente op zonder dat je iets hoeft te verkopen. Voor wie regelmatige uitkeringen zoekt, is dat een herkenbaar kenmerk.
Tot slot dienen staatsobligaties als maatstaf. De rente op een tienjarige staatsobligatie geldt breed als referentie voor de "risicovrije" rente waartegen andere beleggingen worden afgemeten.
Risico's van een staatsobligatie
Veilig is niet hetzelfde als risicovrij. Het meest in het oog springende risico is kredietrisico: de kans dat de overheid de rente of de hoofdsom niet betaalt. Bij landen die als zeer kredietwaardig gelden is die kans klein, bij zwakkere staten reëler.
Daarnaast speelt renterisico. Verkoop je tussentijds nadat de marktrente is gestegen, dan ontvang je minder dan je nominale waarde. Dit raakt vooral langlopende obligaties, waarvan de koers het sterkst beweegt.
Een derde, minder zichtbaar risico is inflatie. De coupon ligt meestal vast, dus stijgt het prijspeil sterk, dan koop je met diezelfde rente later minder. Inflatiegekoppelde obligaties proberen dat te ondervangen, maar bieden geen volledige garantie. Wie in obligaties van een ander land buiten de eurozone belegt, krijgt bovendien met valutarisico te maken.
In de eurozone houdt de Europese Centrale Bank met haar rentebeleid sterke invloed op de obligatiekoersen. In Nederland houden de AFM en DNB toezicht op de financiële markten, in België de FSMA; consumenteninformatie loopt in België via Wikifin. Een staatsobligatie valt niet onder het depositogarantiestelsel: het is een belegging, geen spaarrekening. Deze uitleg is educatief en vormt geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over staatsobligatie
Nee. Bij sparen staat je geld bij een bank en val je onder het depositogarantiestelsel; bij een staatsobligatie leen je aan een overheid en draag je krediet- en renterisico zonder die garantie.
Houd je de obligatie tot de einddatum en betaalt de staat netjes terug, dan ontvang je de nominale waarde. Verkoop je eerder, dan krijg je de actuele koers, die hoger of lager kan liggen.
Het renteverschil weerspiegelt het ingeschatte risico. Een land waarover beleggers twijfelen, moet een hogere rente bieden om geld op te halen dan een land dat als kredietwaardig geldt.
De koers van je bestaande obligatie daalt, omdat nieuwe obligaties meer rente bieden. Dat merk je alleen als je tussentijds verkoopt; bij aanhouden tot de einddatum verandert je terugbetaling niet.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.ecb.europa.eu — **Europese Centrale Bank (ECB)**
- www.dnb.nl — **De Nederlandsche Bank (DNB) — toezicht en consumenteninformatie**