Definitie
Consumentenvertrouwen is een enquête-indicator die laat zien hoe optimistisch huishoudens zijn over de economie en hun eigen portemonnee.
Samengevat in 10 seconden
Consumentenvertrouwen is een enquête-indicator die meet hoe optimistisch of pessimistisch huishoudens zijn over de economie en over hun eigen financiële situatie. Het cijfer wordt weergegeven als een saldo: het verschil tussen optimisten en pessimisten, waardoor het ook negatief kan zijn. Een stijgend vertrouwen wijst doorgaans op meer bereidheid om te besteden, een dalend vertrouwen op meer voorzichtigheid.
Consumentenvertrouwen als stemmingssaldo
- Het is een peiling, geen meting van wat mensen daadwerkelijk uitgeven
- Het cijfer is een saldo van optimisten min pessimisten en kan onder nul zakken
- Het bundelt het oordeel over de algemene economie én over de eigen portemonnee
- In Nederland publiceert het CBS het cijfer; in België doet de Nationale Bank dat
- Het wordt gelezen als vooruitblik op de bestedingen, niet als hard bestedingscijfer
Wat consumentenvertrouwen meet
Consumentenvertrouwen vangt een stemming, geen feit. Het cijfer komt voort uit een maandelijkse enquête onder huishoudens, die hun verwachtingen en oordeel in kaart brengt. Mensen geven aan of zij denken dat het beter of slechter gaat met de economie, en of zij het een goed of slecht moment vinden voor grote aankopen.
Het draait dus om perceptie. Twee huishoudens met hetzelfde inkomen kunnen tegengesteld antwoorden, afhankelijk van wat ze in het nieuws horen of in hun omgeving zien. De indicator telt al die meningen bij elkaar op tot één saldo. Vinden meer mensen dat het de verkeerde kant op gaat dan dat het de goede kant op gaat, dan is het vertrouwen negatief.
Hoe het cijfer tot stand komt
Het statistiekbureau stelt een vaste set vragen en berekent per vraag het verschil tussen positieve en negatieve antwoorden. Die deelsaldi worden samengevoegd tot een totaalcijfer. Omdat het om een verschil gaat en niet om een gemiddelde, beweegt de indicator rond een neutraal nulpunt: boven nul overheersen de optimisten, onder nul de pessimisten.
Belangrijk is dat de uitkomst over de tijd vergeleken wordt. Eén maand zegt weinig; de richting over meerdere maanden zegt meer. Een cijfer dat al laag staat maar plots minder hard daalt, vertelt iets anders dan een cijfer dat vanaf een hoog niveau begint te zakken.
Welke onderdelen het cijfer bevat
Het totaalcijfer valt doorgaans uiteen in twee onderdelen. Het ene gaat over de economie in het algemeen, het andere over de eigen geldzaken en de bereidheid om te kopen. Die twee kunnen uit elkaar lopen.
| Onderdeel | Wat het peilt | Wat het vooral raakt |
|---|---|---|
| Economisch klimaat | Oordeel over de economie de afgelopen en komende twaalf maanden | Algemene stemming, nieuws, werkloosheidsvrees |
| Koopbereidheid | Oordeel over de eigen financiën en of het een gunstige tijd is voor grote aankopen | Bestedingen aan auto's, meubels, vakanties |
Het verschil tussen beide onderdelen is veelzeggend. Mensen kunnen somber zijn over het land als geheel en toch hun eigen huishoudboekje gezond vinden. Dan blijft de bereidheid om te kopen op peil terwijl het algemene beeld donker kleurt.
Waarom beleggers en economen naar het cijfer kijken
Bestedingen van huishoudens vormen een groot deel van de economie. Wie verwacht dat het slechter gaat, stelt grote uitgaven uit en spaart meer. Wie vertrouwen heeft, geeft makkelijker geld uit. Het cijfer wordt daarom gelezen als een vroege hint over waar de bestedingen heen bewegen, nog vóór de officiële omzet- en verkoopcijfers binnen zijn.
Centrale banken zoals de ECB volgen deze stemmingsindicatoren mee bij hun beeld van de conjunctuur. Voor wie individuele bedrijven volgt, raakt het cijfer vooral sectoren die van consumentenuitgaven afhangen, zoals winkels, reizen en duurzame goederen. Een aanhoudend laag vertrouwen kan samengaan met tegenvallende omzet bij die bedrijven; een herstel kan het tegenovergestelde betekenen. Het cijfer beschrijft een verband, geen zekerheid.
Stel dat het vertrouwen drie maanden op rij daalt. Dat zegt niet dat de bestedingen al gedaald zíjn — het zegt dat huishoudens aangeven voorzichtiger te willen worden. Of dat ook gebeurt, blijkt pas uit latere cijfers.
Wat het vertrouwenscijfer niet vertelt
De indicator heeft duidelijke grenzen. Hij meet wat mensen zéggen, niet wat ze doen, en die twee lopen niet altijd gelijk op. Mensen kunnen somber klinken in een enquête en toch gewoon doorgaan met kopen, of andersom.
Daarnaast reageert het cijfer sterk op het nieuws van het moment. Een opvallende krantenkop of een prijsschok kan de stemming kortstondig drukken zonder dat de onderliggende koopkracht verandert. Eén losse maand is daarom een zwak signaal. En een laag of hoog cijfer zegt op zichzelf niets over wat een belegger zou moeten doen — het is een thermometer van de stemming, geen instructie. Deze uitleg is educatief en geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over consumentenvertrouwen
Vaak hangt het samen met voorzichtiger bestedingen, omdat huishoudens grote uitgaven uitstellen. Toch is het een verwachting en geen garantie: mensen kunnen somber zijn en toch blijven kopen.
In Nederland publiceert het CBS de cijfers maandelijks; in België doet de Nationale Bank van België dat. Beide baseren zich op enquêtes onder huishoudens.
Omdat het een saldo is: het aantal pessimisten min het aantal optimisten. Wegen de sombere antwoorden zwaarder, dan komt de uitkomst onder nul.
Koopbereidheid is een onderdeel van het totaalcijfer en gaat specifiek over de eigen financiën en grote aankopen, terwijl het bredere consumentenvertrouwen ook het oordeel over de economie in het algemeen meeneemt.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/conjunctuurklok — **CBS — conjunctuur en economische groei**
- www.ecb.europa.eu — **Europese Centrale Bank (ECB)**