Definitie
Het bruto nationaal product meet de productie van alle inwoners van een land, ook hun inkomen uit het buitenland.
Samengevat in 10 seconden
Het bruto nationaal product (BNP) is de totale waarde van alle goederen en diensten die de inwoners van een land in een jaar voortbrengen, inclusief het inkomen dat zij in het buitenland verdienen. Het meet productie naar nationaliteit, niet naar locatie. Daarmee verschilt het van het bruto binnenlands product, dat alleen kijkt naar wat binnen de landsgrenzen wordt geproduceerd.
Bruto nationaal product in het kort
- Het BNP telt de productie van alle inwoners van een land, waar ze die ook maken
- Inkomen dat inwoners in het buitenland verdienen telt mee; inkomen van buitenlanders in het land telt niet mee
- Het verschilt van het bruto binnenlands product, dat productie per locatie meet
- Het is een graadmeter voor de omvang en groei van een economie
- Een groeiend BNP wijst doorgaans op een uitbreidende economie, een krimpend BNP op tegenwind
Wat het bruto nationaal product precies meet
Het bruto nationaal product brengt één vraag in cijfers: hoeveel waarde brengen de inwoners van een land in een jaar voort? Het maakt daarbij niet uit waar die productie fysiek plaatsvindt. Een Nederlandse onderneming met een fabriek in Polen draagt met de winst uit die fabriek bij aan het Nederlandse BNP. Het draait om wie het inkomen verdient, niet om waar de fabriek staat.
Daar zit meteen het onderscheid met het bruto binnenlands product (BBP). Het BBP meet productie binnen de grenzen, ongeacht de nationaliteit van wie produceert. Een Duitse fabriek op Nederlandse bodem telt mee in het Nederlandse BBP, maar niet in het Nederlandse BNP.
De brug tussen beide cijfers is het inkomen dat over de grens stroomt. Je begint bij het BBP, telt het inkomen op dat inwoners in het buitenland verdienen, en haalt het inkomen eraf dat buitenlanders binnen het land verdienen. Wat overblijft, is het BNP.
Hoe het bruto nationaal product wordt berekend
In de praktijk vertrekken statistiekbureaus zoals het CBS doorgaans vanuit het BBP en corrigeren ze voor het primaire inkomenssaldo met het buitenland. Dat saldo bestaat uit lonen, winsten, rente en dividenden die de grens over gaan.
Een vereenvoudigd voorbeeld maakt het concreet. Stel dat een land een BBP heeft van 800 miljard euro. Inwoners verdienen 60 miljard in het buitenland, en buitenlanders verdienen 40 miljard binnen het land. Het BNP komt dan uit op 800 + 60 − 40 = 820 miljard euro. Het verschil van 20 miljard is het netto inkomen dat per saldo binnenkomt.
Voor de meerderheid van de grote economieën liggen BBP en BNP dicht bij elkaar. Bij landen met veel buitenlandse investeringen of juist veel inwoners die elders werken, kan het verschil oplopen.
BNP versus BBP: het verschil op een rij
De twee begrippen worden vaak door elkaar gehaald, maar ze beantwoorden een andere vraag. Onderstaande tabel zet de kern naast elkaar.
| Kenmerk | Bruto nationaal product (BNP) | Bruto binnenlands product (BBP) |
|---|---|---|
| Meetcriterium | Nationaliteit van de producent | Locatie van de productie |
| Telt buitenlands inkomen van inwoners | Ja | Nee |
| Telt binnenlands inkomen van buitenlanders | Nee | Ja |
| Meest gebruikt voor | Welvaart van inwoners | Activiteit binnen de grenzen |
Welke maatstaf nuttiger is, hangt af van de vraag. Wil je weten hoe productief het grondgebied is, dan past het binnenlandse cijfer beter. Wil je weten hoeveel inkomen de bevolking verdient, dan ligt de nationale maatstaf dichter bij de werkelijkheid. In de meerderheid van de moderne statistieken en nieuwsberichten staat overigens het BBP centraal; het BNP komt vooral in beeld als het inkomensverkeer met het buitenland er echt toe doet.
Waarvoor beleggers het bruto nationaal product gebruiken
Voor wie belegt, is het BNP geen knop maar een achtergrond. Het schetst de omvang en richting van een economie. Groeit de productie meerdere kwartalen op rij, dan spreekt men van economische expansie; krimpt ze, dan van vertraging of recessie. Die conjunctuurbeweging raakt bedrijfswinsten, werkgelegenheid en vertrouwen.
Centrale banken kijken naar dit soort macrocijfers bij hun rentebeleid. De Europese Centrale Bank (ECB) weegt groei en inflatie tegen elkaar af wanneer ze de rente voor de eurozone bepaalt. Een oververhitte economie kan tot renteverhogingen leiden, een haperende economie tot verlagingen. Die rentebeslissingen werken weer door in koersen van aandelen en obligaties.
Voor Nederland en België is dat één en dezelfde rente, want beide delen de euro. Toch kunnen de nationale economieën uiteenlopen, en daarom kijken beleggers vaak naar de afzonderlijke cijfers van het CBS en het Belgische statistiekbureau.
Beperkingen van het bruto nationaal product
Een hoog BNP zegt iets over de omvang van een economie, maar weinig over de verdeling ervan. Het totaal kan stijgen terwijl grote groepen er niet op vooruitgaan. Ook onbetaald werk, zoals mantelzorg, valt buiten de meting.
Daarnaast vertekent inflatie het beeld. Een BNP dat in euro's groeit, kan in werkelijke koopkracht stilstaan als de prijzen even hard stijgen. Daarom wordt vaak onderscheid gemaakt tussen nominaal BNP (in lopende prijzen) en reëel BNP (gecorrigeerd voor prijsstijging). Voor het beoordelen van groei is het reële cijfer het meest bruikbare.
Tot slot zijn de eerste cijfers schattingen. Statistiekbureaus stellen ze later bij wanneer meer gegevens binnen zijn, soms in beide richtingen. Een eerste publicatie is dus een momentopname, geen eindstand. Deze uitleg is educatief en geen beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen over bruto nationaal product
Het BNP meet de productie van alle inwoners van een land, ook in het buitenland; het BBP meet alle productie binnen de landsgrenzen, ongeacht wie produceert. Het verschil zit in het inkomen dat de grens over gaat.
In de dagelijkse berichtgeving staat het BBP doorgaans centraal. Het BNP komt vooral in beeld bij landen waar het inkomensverkeer met het buitenland groot is, omdat het verschil tussen beide cijfers dan flink oploopt.
Nee. Het BNP is een totaalcijfer en zegt niets over de verdeling. De productie kan toenemen terwijl de koopkracht van grote groepen gelijk blijft, zeker als de inflatie de nominale groei opeet.
In Nederland doet het CBS dat, in België het nationale statistiekbureau. Beide werken volgens Europese afspraken, zodat de cijfers onderling vergelijkbaar zijn.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/conjunctuurklok — **CBS — conjunctuur en economische groei**
- www.ecb.europa.eu — **Europese Centrale Bank (ECB)**