Definitie
Het Bretton Woods systeem was het naoorlogse stelsel van vaste wisselkoersen, gekoppeld aan de dollar die op zijn beurt aan goud vastzat.
Samengevat in 10 seconden
Het Bretton Woods systeem was het internationale monetaire stelsel van na de Tweede Wereldoorlog, waarin de meerderheid van de valuta een vaste wisselkoers ten opzichte van de Amerikaanse dollar aanhield en de dollar zelf inwisselbaar was tegen goud. Het werd in 1944 afgesproken en hield stand tot het begin van de jaren zeventig. Het verving het wisselende vooroorlogse stelsel door een systeem met afgesproken, stabiele koersen.
Bretton Woods systeem in vijf kernpunten
- Valuta hadden een vaste, maar bij te stellen koers ten opzichte van de dollar
- De dollar fungeerde als spil en was inwisselbaar tegen goud tegen een vaste prijs
- Het stelsel werd in 1944 afgesproken in het plaatsje Bretton Woods (VS)
- Eruit kwamen ook twee instellingen voort: het IMF en de Wereldbank
- Het stelsel klapte in 1971-1973 toen de dollar-goudkoppeling losliet
Wat het Bretton Woods systeem precies inhield
Na de Tweede Wereldoorlog wilden de westerse landen voorkomen dat de chaotische jaren dertig terug zouden keren. Toen devalueerden landen hun munt om de hand boven hun eigen export te houden, met handelsoorlogen als gevolg. Het idee achter Bretton Woods was eenvoudig: leg de wisselkoersen vast, dan weet iedereen waar hij aan toe is.
De afspraak werkte in twee lagen. Elke deelnemende munt kreeg een vaste koers ten opzichte van de Amerikaanse dollar. De dollar zelf was op zijn beurt gekoppeld aan goud tegen een vaste prijs per ounce. Zo hing indirect elke munt aan het goud, met de dollar als tussenschakel.
Centrale banken bewaakten die koersen actief. Dreigde hun munt te ver van de afgesproken waarde af te wijken, dan kochten of verkochten zij valuta om de koers terug te duwen. De koers mocht binnen een smalle bandbreedte rond de spilkoers bewegen, niet daarbuiten.
Hoe de koers vast werd gehouden
Een vaste koers betekent niet dat vraag en aanbod verdwijnen. Ze blijven duwen en trekken, en het stelsel ving dat op. Wilde een land zijn koers verdedigen, dan zette het zijn reserves in. Bij te veel verkoopdruk op de eigen munt kocht de centrale bank de munt op met dollars of goud.
Liep een land structureel tegen een tekort aan en raakten de reserves op, dan kon het in overleg de spilkoers aanpassen. Zo'n stapsgewijze bijstelling heet een devaluatie (omlaag) of revaluatie (omhoog). Daarom heet Bretton Woods een stelsel van vaste maar bijstelbare koersen — niet keihard bevroren, wel zonder dagelijkse schommeling.
Waarvoor het stelsel was bedoeld
De ontwerpers hadden een paar doelen tegelijk voor ogen. Stabiele koersen moesten internationale handel en investeringen voorspelbaar maken. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kon landen tijdelijk bijspringen bij betalingsproblemen. De Wereldbank richtte zich op de wederopbouw en latere ontwikkeling.
| Vast koersstelsel | Zwevend koersstelsel |
|---|---|
| Koers ligt vast rond een afgesproken spilkoers | Koers beweegt vrij mee met vraag en aanbod |
| Centrale bank verdedigt de koers met reserves | Centrale bank hoeft de koers niet te sturen |
| Voorspelbaar voor handel en contracten | Schommelt, maar vangt schokken vanzelf op |
| Spanning als economieën uiteenlopen | Past zich automatisch aan verschillen aan |
Het contrast in de tabel verklaart meteen waarom het stelsel uiteindelijk vastliep: landen met heel verschillende inflatie en groei moesten tóch dezelfde vaste verhouding aanhouden, terwijl een zwevend stelsel zulke verschillen vanzelf opvangt.
Waarom het Bretton Woods systeem instortte
De zwakke plek zat in de dollar-goudkoppeling. De Verenigde Staten gaven in de jaren zestig steeds meer dollars uit, onder meer door overheidsuitgaven en oorlogvoering. Tegelijk bleef de hoeveelheid goud min of meer gelijk. Er circuleerden zo veel meer dollars dan er goud tegenover stond.
Andere landen begonnen te twijfelen of de VS al die dollars nog wel in goud kon omzetten. Sommige wisselden hun dollars daadwerkelijk in tegen goud, waardoor de Amerikaanse goudvoorraad slonk. In 1971 besloot de VS de inwisselbaarheid tegen goud op te schorten. In de jaren erna stapten de grote economieën over op zwevende wisselkoersen, die tot vandaag de norm zijn.
Wat overbleef is het huidige stelsel van fiatgeld: geld dat zijn waarde niet ontleent aan goud, maar aan vertrouwen en aan het beleid van centrale banken. Wie vandaag de euro tegen de dollar ziet bewegen, kijkt naar precies het soort dagelijkse koersbeweging dat Bretton Woods wilde uitsluiten.
Wat het systeem betekent voor beleggers vandaag
Voor de moderne belegger is Bretton Woods vooral context. Het verklaart waarom valuta nu vrij bewegen en waarom wisselkoersrisico een vast onderdeel is van internationaal beleggen. Bezit je een Amerikaans aandeel, dan beweegt je rendement in euro mee met de dollarkoers — een schommeling die in het Bretton Woods-tijdperk grotendeels was vastgelegd.
Het stelsel laat ook zien hoe afhankelijk een vast koersregime is van vertrouwen. Zodra de markt twijfelt of een belofte (hier: inwisselbaarheid tegen goud) houdbaar is, komt het systeem onder druk. Dat patroon zie je in latere koerscrises terug, ook bij munten die aan de dollar of euro gekoppeld bleven.
Misverstanden over de goudkoppeling
Een veelgehoord misverstand is dat onder Bretton Woods iedere munt rechtstreeks tegen goud inwisselbaar was. Dat klopt niet. Alleen de dollar had de directe goudkoppeling; de andere munten hingen via de dollar aan het goud. Verwar het stelsel ook niet met de klassieke goudstandaard van vóór de Eerste Wereldoorlog, waarin munten veel directer aan goud vastzaten en koersen minder bijstelbaar waren.
Veelgestelde vragen over bretton woods systeem
Het werd in 1944 afgesproken en functioneerde grofweg vanaf de naoorlogse jaren tot 1971-1973, toen de dollar-goudkoppeling losliet en landen overstapten op zwevende koersen.
Genoemd naar de plaats Bretton Woods in de Amerikaanse staat New Hampshire, waar in 1944 de internationale conferentie plaatsvond die de afspraken vastlegde.
Een stelsel van zwevende wisselkoersen, waarin valuta vrij ten opzichte van elkaar bewegen. Geld is sindsdien fiatgeld: niet meer gedekt door goud, maar door vertrouwen en centralebankbeleid.
Onder de klassieke goudstandaard zat een munt direct aan goud vast. Onder Bretton Woods zat alleen de dollar aan goud, en hingen andere munten via de dollar aan het goud — met de mogelijkheid de koers bij te stellen.
Kennischeck
Test je kennis
Beantwoord 5 korte vragen om deze les af te ronden.
Je hebt minstens 4 goede antwoorden nodig.
Bronnen
- www.afm.nl/nl-nl/consumenten — **AFM — consumenteninformatie over beleggen**